|






| |
(Du.: NiedrigEnergieHaus)
Door een flink aantal maatregelen is het mogelijk huizen te bouwen die weinig
energie nodig hebben.
Een aantal belangrijke principes om zo’n huis te bouwen zijn:
-
Het toepassen van een compacte bouwwijze.
Onnodig complexe vormen van het gebouw vergroten het buitenoppervlak en werken
daarom ongunstig op de energiebalans.
-
Het aanbrengen van windkeringen buiten in de
vorm van struiken, houtwallen of schuttingen.
-
Goede isolering van alle buitenmuren en het
dak. Isolerende beglazing van de ramen. Ook de kelder moet geïsoleerd worden.
Luiken voor de ramen isoleren heel goed.
-
Het vermijden van koudebruggen. Koudebruggen
zijn verbindingen in de constructie die relatief snel warmte geleiden. Bij
kozijnen kan men koudebruggen verhinderen door deze optimaal in de isolerende
omhulling te plaatsen.
-
Het winddicht maken van de constructie.
Winddichtheid is niet hetzelfde als dampdichtheid. Dat wil zeggen, het is goed
een woning winddicht te maken. Tegelijkertijd kan men door goede ventilatie en
met het juiste bouwmateriaal zorgen voor een goede regulering van de
luchtvochtigheid.
-
Het gebruik maken van zonnewarmte door juiste
plaatsing van de ramen (grotere ramen op het zuiden, kleinere op het noorden).
Mogelijke toepassingen zijn schuifbare glaswanden en serres. Men moet wel voor
schaduw in de zomer zorgen bij grote glasoppervlakken op het zuiden.
-
Het toepassen van een rendabele
verwarmingsbron. Goed gecontroleerde verbranding van hout is bijvoorbeeld zeer
rendabel en geeft precies zoveel CO2 af aan de atmosfeer als er bij
verrotting van het hout vrij zou komen. Denk aan tegelkachels en
Finn-ovens.
-
Het aanbrengen van gecontroleerde ventilatie.
Ventilatie moet zorgen voor afvoer van vochtige en verbruikte lucht en voor
het binnenbrengen van frisse lucht. Er bestaan tegenwoordig mechanische
systemen waarbij warmte uit de wegstromende lucht wordt teruggewonnen.
-
Het intelligente gebruik maken van elektrische
stroom. Bijv. door bij de aankoop goed te letten op de mate van stroomgebruik
van elektrische apparaten en door de aanschaf van energiezuinige lampen.
-
Het toepassen van energiesparende methoden om
water te verwarmen. Dit kan bijv. met een zonnecollector gecombineerd met een
warmwaterreservoir (zonneboiler).
-
Het zuinig gebruiken van water, o.a. door
watersparende installaties. Men kan ook een grijswatercircuit aanleggen. Dit
is een apart waterleidingnet gevoed door bijv. een meertje dat water levert
voor het toilet en de wasmachine. Ook bespaart men water met een
composttoilet. Menselijke uitwerpselen worden gecomposteerd in een container
verbonden met het toilet.

| |

|