|
|
|
ISOLATIEPRINCIPESIn het algemeen moet een huis gebouwd met natuurlijk materiaal ook een energiezuinig huis zijn. Dat betekent dat het huis goed geïsoleerd moet worden. Er is een grote verscheidenheid aan natuurlijk isolatiemateriaal. Wilt U hier optimaal gebruik van maken, dan moeten we enigszins op de hoogte zijn van de belangrijkste isolatieprincipes. Voor het begrijpen van de isolatiewaarde van een woning hanteert men het begrip R-waarde.
R-WAARDEDe R-waarde drukt de weerstand van een materiaal tegen warmtetransport uit. Des te hoger de R-waarde van een materiaal is, des te beter is de weerstand tegen warmteverlies of warmteopname. Materialen met een hoge R-waarde kunnen als isolatiemateriaal dienen.
De simpele R-waarde van een materiaal is echter niet het enige dat telt. Als een muur goed geïsoleerd is, maar er zitten spleten in die lucht doorlaten, dan zal de isolatiewaarde sterk verminderen. Het is de bedoeling dat een isolatielaag lucht omvat die zo weinig mogelijk onderhevig is aan temperatuurschommelingen. Daartoe moet de lucht steeds goed afgesloten blijven en moeten alle spleten en naden goed afgesloten worden. Van belang is ook dat er geen water kan condenseren in een constructie. Als een muur weinig vocht kan opnemen en afgeven, of er zitten koude (metalen) oppervlakken in de constructie, dan kan vochtige lucht condenseren ergens in een muur of dakconstructie. Ingesloten lucht isoleert heel goed, maar water isoleert slecht. Een muur waarin vocht kan condenseren, zal veel minder goed isoleren. Om het probleem van condenserende waterdamp op te lossen past men dampremmende folies of lagen toe aan de binnenzijde van een muur of dakconstructie. De buitenzijde van een muur moet bij voorkeur dampopen zijn, zodat opgeslagen vocht naar buiten toe kan verdampen. Isolatiemateriaal van natuurlijke stoffen heeft een belangrijk voordeel boven synthetische materialen zoals steenwol en glaswol. Natuurlijk isolatiemateriaal is in staat vocht in zich op te nemen. Als warmte in de isolatielaag dringt, verdampt er meer vocht. Deze verdamping vraagt energie en zorgt daardoor voor afkoeling. Daarom dringt warmte in isolatiemateriaal dat vocht kan opnemen langzamer in en wordt de isolatiewaarde verhoogd. Een laatste punt van belang is wat wel het massa-effect genoemd wordt. Een massief lemen muur kan bijvoorbeeld veel warmte opnemen. Vooral in gebieden met grote temperatuurschommelingen zal zo'n muur een toegevoegde isolerende werking hebben. Als de temperatuur buiten overdag hoog oploopt, zal de massieve muur deze warmte opslaan. Tegen de tijd dat de muur de warmte aan de binnenzijde afgeeft, is het buiten al weer koud gedurende de nacht. De muur zal de warmte 's nachts weer afgeven aan de koude buitenomgeving en de woning blijft binnen goed gekoeld. De effectieve R-waarde van een constructie kan dus sterk afwijken van de R-waarden die voor het gebruikte materiaal gelden, omdat luchtdichtheid, waterdampdichtheid en de massa van het materiaal een belangrijke invloed hebben. Zo worden bijvoorbeeld in Mexico huizen gebouwd met muren van adobe die meer dan 50 cm dik zijn, die een lage R-waarde hebben, maar die toch zeer energie-efficiënt zijn.
|