|




| |
WETENSWAARDIGHEDEN
2. WAT IS LEEM?
HET ONTSTAAN VAN LEEM
Leem zoals die in de natuur voorkomt is een verweringsproduct van de
gesteentelaag van de aarde. Bergen, rotsen en stenen worden geleidelijk
afgebroken door natuurkrachten zoals zon, wind, water en ijs. Stenen worden tot
kiezels en kiezels tot zandkorrels. De deeltjes worden steeds kleiner. De
kleinste deeltjes vormen dat wat we klei noemen. Kleideeltjes zijn kleiner dan
0,002 mm.
Er bestaan een aantal soorten leem, afhankelijk van hun ontstaanswijze.
Bergleem ontstaat onder aan berghellingen door verwering van gesteente.
Keileem ontstond door afzetting uit de ijstijden. Meestal bevat deze leem veel
kalk. Mergleem is een soort keileem met veel kalk. Mergel is ongeschikt voor
leembouw.
Er bestaan een aantal soorten sedimentatieleem. Kleine deeltjes bezinken in het
water van rivieren en zeeën. Vaak bevat deze klei of leem veel organische
stoffen.
Löss is een fijnkorrelige leem die ontstond in de zandstormen van de laatste
ijstijd. Löss bevat weinig klei en heeft daardoor geringe bindkracht.
SAMENSTELLING VAN LEEM
Leem is eigenlijk een mengsel van grotere en kleinere deeltjes. Het bestanddeel
aan klei bepaalt in hoeverre de leem bindende kracht heeft. De klei is het
bindmiddel van de leem, de rest is vulmiddel.
Kleideeltjes zijn kleiner dan 0,002 mm. Zit er 14 % of meer klei in leem, dan is
deze leem als bouwstof al wat te vet of kleiig. In dat geval kan men de leem
verschralen door toevoeging van zand.
Slibdeeltjes zitten wat grootte betreft tussen klei en zand in. Slib lijkt op
klei, maar heeft niet dezelfde bindkracht.
Zandkorrels hebben een doorsnee van 0,06 tot 2 mm.
Soms bevat leem ook nog kiezels, die een maat hebben van 2 tot 60 mm.
| |

|